Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA7843

Datum uitspraak2007-06-05
Datum gepubliceerd2007-06-22
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers197249
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Afwijzing vordering want factuur binnen de betalingstermijn betaald. Het komt voor rekening en risico van eiseres dat zij niet heeft willen wachten met het uit handen geven van de vordering aan haar incassogemachtigde tot de betalingstermijn was verstreken.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector kanton Locatie Assen zaak-/rolnummer: 197249 CV EXPL 07-264 vonnis van de kantonrechter d.d. 5 juni 2007 in de zaak van DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP [naam b.v.], hierna te noemen: [eiseres], gevestigd te [adres], eisende partij, gemachtigde: Pranger Arachnicon, tegen [gedaagde], hierna te noemen: [gedaagde], wonende te [adres], gedaagde partij, procederende in persoon. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 24 januari 2007 met producties; de conclusie van antwoord met producties; de nadere toelichtingen van partijen. De vaststaande feiten 1. De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties. Tussen partijen is een overeenkomst tot milieukundig bodemonderzoek aangegaan met betrekking tot het perceel aan [adres]. [eiseres] heeft haar werkzaamheden aan [gedaagde] gefactureerd bij factuur van 17 juli 2006 ten bedrage van € 4.284,00 (incl. BTW). Na herhaalde aanmaning heeft [eiseres] bij brief van 19 oktober 2006 een termijn van vijf dagen gesteld waarbinnen [gedaagde] tot betaling diende over te gaan, waarna zij tot het ter incasso in handen stellen van de vordering aan een incassobureau zou overgaan. In die brief is tevens aangezegd dat de incassokosten en de contractuele rente aan [gedaagde] zouden worden doorberekend. Op 24 oktober 2006 heeft [gedaagde], althans [H], via de uitvoering door de Rabobank van een spoedopdracht, de betaling van bedoelde factuur gedaan. Bij brief van 20 oktober 2006 heeft [gedaagde] aan [eiseres] medegedeeld dat de betreffende factuur niet voor hem, dan wel [H], was, maar voor de firma [B]. [eiseres] heeft op 23 oktober 2007 haar vordering ter incasso uit handen gegeven. De vordering en het verweer 2. [eiseres] vordert van [gedaagde] de betaling van een bedrag van € 886,50 met rente en (proces)kosten. Zij baseert haar vordering op voormelde feiten, alsmede op haar stelling dat na twee aanmaningen en de brief van 20 oktober 2006 als reactie op haar brief van 19 oktober 2006 voor haar de maat vol was. Volgens haar heeft [gedaagde] de door haar in gang gezette aanmaningen- en incassoprocedure doelbewust vertraagd en gefrustreerd en stond het haar vrij een incassobureau in te schakelen. De daarmee gemoeid zijnde kosten wenst zij thans op [gedaagde] te verhalen. 3. [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Ook hij beroept zich op voormelde feiten en stelt daarbij dat de werkzaamheden voor rekening van de firma [B] zijn uitgevoerd en dat [eiseres] daarvan op de hoogte was. Hij voert daarbij aan dat hij na ontvangst van de factuur van [eiseres] de betreffende kosten bij [B] in rekening heeft gebracht en na ontvangst van de betaling van [B] op 24 oktober 2006 per direct tot (door)betaling aan [eiseres] is overgegaan. Volgens [gedaagde] is [eiseres] steeds van een en ander op de hoogte gehouden. De beoordeling 4. Het dispuut van partijen over de vraag voor wiens rekening de werkzaamheden zijn uitgevoerd kan door de kantonrechter verder onbesproken worden gelaten, nu zijdens [gedaagde] bevrijdend is betaald binnen de door [eiseres] gestelde termijn van vijf dagen na 19 oktober 2006. Dat [eiseres] om haar moverende redenen niet heeft willen wachten met het uit handen geven van haar vordering aan haar incassogemachtigde totdat de gestelde betalingstermijn was verstreken, komt geheel en al voor haar eigen rekening en risico. De vordering zal daarom als ongegrond worden afgewezen. De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering van [eiseres] af; veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2007. typ/conc: 162/AM coll: